[Verse 1]
Ze noemen zich vrienden, ze kennen je naam,
ze lachen en praten, zolang het goed gaat.
Ze zeggen: "Je weet toch, ik sta voor je klaar",
maar heb je ze nodig, dan zijn ze niet daar.

Een bericht blijft maar liggen, de telefoon stil,
terwijl je alleen maar wat steun van ze wil.
Geen wonder gevraagd, geen oplossing erbij,
alleen maar een stem die zegt: "Reken op mij."

[Pre-Chorus]
Want woorden zijn makkelijk, woorden zijn vrij,
maar liefde bewijst zich: wie blijft er dichtbij?

[Chorus]
Als iedereen wegloopt, dan blijf jij bij mij,
geen smoesjes, geen haast en geen "nu even niet".
Trixie, jij voelt wat een ander niet ziet,
jij vraagt me geen reden voor pijn of verdriet.
Met vier kleine pootjes kom jij dichterbij,
en zonder één woord zeg je: "Ik blijf aan jouw zij."

[Verse 2]
Ik hoef geen honderd mensen om me heen,
geen volle kamer als ik me voel alleen.
Want vriendschap is meer dan gezelligheid,
het is naast iemand staan in een moeilijke tijd.

Wie alleen maar komt als de zon voor je schijnt,
maar nergens te vinden is als die verdwijnt,
mag zichzelf vriend noemen, maar één ding staat vast:
een echte vriend blijft als je leven je belast.

[Pre-Chorus]
Dus laat ze maar praten, ik weet nu genoeg,
wie werkelijk bleef toen ik iemand vroeg.

[Chorus]
Als iedereen wegloopt, dan blijf jij bij mij,
geen smoesjes, geen haast en geen "nu even niet".
Trixie, jij voelt wat een ander niet ziet,
jij vraagt me geen reden voor pijn of verdriet.
Met vier kleine pootjes kom jij dichterbij,
en zonder één woord zeg je: "Ik blijf aan jouw zij."

[Bridge]
Misschien is het vreemd, maar wat kan mij het schelen?
Een hond hoeft geen mooie beloftes te delen.
Geen "morgen", geen "later", geen "komt wel een keer",
ik kijk in jouw ogen en vraag niets meer.

En als ik dan huil, lik jij langs mijn wang,
alsof je wilt zeggen: "Het duurt niet zo lang."
Dan kwispel je even en kijk je me aan,
alsof heel de wereld best verder kan gaan.

[Final Chorus]
Dus laat iedereen lopen, jij blijft toch bij mij,
mijn kleine vriendinnetje, trouw aan mijn zij.
Trixie, jij maakt zelfs een rotdag weer licht,
met vrolijke ogen en jouw eigen gezicht.
En morgen? Dan wandelen we samen weer blij,
want wie heeft die nepvrienden nodig met jou aan mijn zij?

[Outro]
Ze noemen zich vrienden...
ach, laat ze maar gaan.
Ik heb mijn Trixie,
en die blijft naast me staan.
